Het onderwijs in 2030

Toekomstscenario’s voor het basisonderwijs

Het is 2030. Volgens veel experts ontwikkelt technologie zich exponentieel. De ontwikkelingen vanaf 2015-2016 zijn dus ongeveer twee keer zo snel gegaan als tussen 2016 en 1986, mijn geboortejaar. Als referentie: rond het jaar 1986 worden op technologisch vlak de volgende zaken voor het eerst ontwikkeld:

-        Windows operating system

-        Internet

-        Laptop en mobiele telefoon

-        PC’s & computervirussen

-        Kabel TV & Nintendo spelcomputer

-        Walkman & VCR

-        MIR Space station en Space shuttles

Alhoewel deze technologieën van 1986 tot 2016 zeer zeker sterk zijn doorontwikkeld op het gebied van gebruikersgemak, efficiëntie en toegankelijkheid was het onderwijs in 2016 nog steeds bezig met het succesvol implementeren van deze technologieën in de onderwijspraktijk. De nieuwste beschikbare technologie in 2030 wordt dan ook nog niet altijd succesvol toegepast in het primair onderwijs omdat mensen de snelle veranderingen niet bijhouden. Bovendien wordt vanuit de samenleving en overheden, zeker in het basisonderwijs, altijd kritisch gekeken naar de mogelijke meerwaarde van technologie alvorens dit wordt toegepast in de onderwijscontext.

In onderstaande scenario’s voor het basisonderwijs in 2030 wordt er uitgegaan van extremen. Enerzijds wordt geïndividualiseerd onderwijs uitgezet tegen gecollectiviseerd onderwijs, anderzijds worden cognitieve vaardigheden uitgezet tegenover non-cognitieve vaardigheden. Met cognitieve vaardigheden wordt bedoeld de inzichtelijke vaardigheden die te maken hebben met het denken, het verstand, het intellect, het menselijk kenvermogen. Non-cognitieve vaardigheden zijn bekwaamheden als communiceren, problemen oplossen en omgaan met de maatschappelijke context. Door deze vier extremen in twee assen te laten kruisen ontstaan de beschreven vier scenario’s.

scenarios

Scenario #1: Individueel / Cognitieve vaardigheden

Doordat er in 2030 heel veel ‘big data’ inzichtelijk is gemaakt over de effectiviteit van digitale leerprogramma’s oefent ondertussen ieder kind met een optimale persoonlijke leercurve taal en rekenen. Deze digitale leerprogramma’s zijn adaptief en bieden ieder kind constant de instructie en feedback waarvan gemeten is dat deze het meest effectief was bij miljoenen andere kinderen die dezelfde fouten maakten op dat specifieke punt in hun ontwikkeling. Ouders en begeleiders van het kind krijgen door de ‘learning analytics’ die deze oefeningen genereren een heel goed beeld van de cognitieve ontwikkeling en grijpen pas in als zich daar discrepanties in voordoen. De basisschool is verandert in een leverancier van leertechnologie en adviseert in de effectieve toepassing hiervan.

Met vrijwel onzichtbare ‘wearable technology’ die zich bevindt achter het oor hebben kinderen ongelimiteerde toegang tot informatie. Deze spraak gestuurde technologie is aangesloten op het internet en zoekt desgevraagd alle informatie op. In 2030 is er zo een overvloed aan informatie dat de technologie de informatie eerst analyseert en op basis van de ‘learning analytics’ van het kind, de beste zoekresultaten presenteert. Deze resultaten kunnen direct worden ingesproken in het oor of worden als ‘augmented reality’ geprojecteerd in het oog. Op vakantie of excursie kunnen kinderen enkel door naar objecten te kijken extra informatie opvragen of een projectie in hun oog krijgen van hoe dezelfde situatie er bijvoorbeeld 500 jaar geleden uitzag.

Doordat steeds meer mensen op de wereld toegang krijgen tot bovengenoemde technologie ontstaat er met name bij hoogopgeleiden een stevige competitie in de optimalisering van de leerresultaten van hun kinderen. Er is steeds meer medicatie (zonder schadelijke bijwerkingen) op de markt dat het cognitief vermogen van kinderen kan versterken, in de genetische selectie van embryo’s wordt gekozen voor DNA waarvan bekend is dat het zorgt voor een sterk cognitief vermogen. De gezondheid van kinderen wordt continu gemonitord door biotechnologische implantaten die de functie van organen, het bloed en zenuwstelsel kunnen meten. Met deze data, ofwel de ‘qualified self’, krijgen kinderen en ouders zelf direct waarschuwingen voor mogelijke medische complicaties met mogelijke behandelingsmethodes of een automatisch gegenereerde doorverwijzing naar een medisch centrum. Kinderen en ouders krijgen door deze technologie steeds meer kennis en inzicht over hun gezondheid en passen hun levensstijl daarop aan. Er wordt streng geselecteerd op voedzaam en kwalitatief voedsel dat met vitaminetabletten en andere supplementen wordt aangevuld. Obesitas komt in ontwikkelde landen vrijwel niet meer voor.

Scenario #2: Individueel / Non-cognitieve vaardigheden

In de sterk geglobaliseerde en gedigitaliseerde wereld is er in 2030 op de arbeidsmarkt steeds meer behoefte aan mensen met sterk ontwikkelde non-cognitieve vaardigheden. Er wordt steeds meer tijd/plaats onafhankelijk samengewerkt om problemen op creatieve wijze op te lossen die computers veroorzaken en/of niet zelf kunnen oplossen. Door middel van ‘virtual reality’ heeft vrijwel ieder huishouden de faciliteiten om hun kinderen in uitdagende simulaties te plaatsen waarin zij samen met digitaal gegenereerde ‘peers’ complexe situaties moeten oplossen. Deze ‘peers’ opereren op basis van ‘artificial intelligence’ en zijn geprogrammeerd om mee te denken in oplossingen maar deze oplossingen zelf niet meteen naar voren te dragen. Zo blijft het initiatief bij het kind en zal hij/zij constant kritisch moeten denken welke (combinatie van) oplossingen het beste bij het gesimuleerde probleem past of hoe hij/zij de ‘peers’ kan aansturen om dit zelf op te lossen. Vanwege gebrek aan deze innovatieve toepassingen en de professionalisering van leraren op scholen wordt de school als fysieke plaats om samen te leren opgeheven. Doordat kinderen zich niet meer fysiek naar een ander gebouw hoeven te verplaatsen stijgt de effectieve leertijd. In arme landen bieden scholen dezelfde technologie maar hebben vaak onvoldoende middelen en daarmee capaciteit om ieder kind dezelfde leersituatie te bieden. De kloof tussen arm en kijk neemt hierdoor steeds meer toe.

Game-ontwikkelaars en filmbedrijven werken steeds nauwer samen en concurreren met anderen om de beste leersimulaties neer te zetten, waarvoor de meest welvarende laag van de wereldbevolking graag wilt betalen. De ‘skill score’ die kinderen kunnen behalen in deze simulaties wordt namelijk gekoppeld aan hun CV. In plaats van een diploma bereiden scholen kinderen voor op vergelijkbare ‘skills-assessments’ die vrijwel alle bedrijven afnemen bij de werving van nieuwe werknemers om hun ‘skill score’ officieel te verifiëren. Met name de werknemers met hoge divergerende vaardigheden zijn in ‘high demand’.

Scenario #3: Collectief / Cognitieve vaardigheden

Scholen worden in 2030 ingericht met moderne technologie die niet elke ouder hun kind zouden kunnen bieden. In speciale ‘holodecks’ verwerven kinderen gezamenlijk kennis door middel van interactieve gesprekken met hologrammen van (historische) figuren zoals Charles Darwin en verkennen zij in educatieve games de straten van het oude Rome. Door de sterke ontwikkeling op het grensvlak van geneeskunde en technologie kunnen scholen steeds beter tegemoetkomen aan de principes van inclusief onderwijs. Kinderen met beperkingen van motorische aard kunnen met ieder ander kind meespelen door middel van een ‘3D-printed’ exoskelet dat door middel van sensoren vanuit de hersenactiviteit kan worden bestuurd. De medische sector is in 2030, mede door de opkomst van regeneratieve nanorobots in de bloedbaan van patiënten te brengen, in staat om de meeste kinderen met een visuele of auditieve beperking volledig te genezen. De beperkingen waar nog geen genezing voor mogelijk is worden met behulp van spraak gestuurde technologie en intelligente microcamera’s zo goed mogelijk ondersteund in hun waarneming van de wereld om hun heen. Kinderen met een geestelijke beperking worden binnen de groep extra ondersteund door een ‘buddy robot’ die zich met geavanceerde ‘artificial intelligence’ profileert als een behulpzaam vriendje. Deze robot biedt extra instructie waar nodig en alarmeert de pedagogische begeleider van de groep zodra er conflicten tussen kinderen ontstaan. Het wereldwijde cognitieve capaciteiten van kinderen en daarmee de collectieve kennisontwikkeling maken hiermee gemiddeld een enorme sprong vooruit.

Door de ‘Internet of things’ zijn steeds meer apparaten in huizen, winkels, voertuigen en bedrijven met elkaar verbonden. Alle grote steden en openbare ruimtes hangen vol met camera’s die specifieke data uit beeld kunnen extraheren. Deze ontwikkelingen genereren een enorme hoeveelheid en steeds betrouwbaardere ‘big data’ over het verbruik, gedrag en de levensstijl van mensen waar veel commerciële bedrijven grof geld voor over hebben. Er is daardoor veel behoefte aan mensen die deze data kunnen analyseren en vervolgens kunnen omzetten naar concrete adviezen. Bedrijven moeten namelijk constant innoveren om te kunnen blijven concurreren in de globale kenniseconomie. Innovatiespecialisten zijn daarbij belangrijk om deze innovaties constant op effectiviteit te evalueren. Scholen proberen hierop te anticiperen door kinderen zoveel mogelijk te trainen in hun analytisch en evaluatief denkvermogen.

Scenario #4: Collectief / Non-cognitieve vaardigheden

De school is in 2030 een plek geworden waar met name het sociale aspect van leren veel aandacht krijgt, dat voornamelijk wordt georganiseerd in projectmatige settingen. In groepen worden zowel kinderen als volwassenen, die hun baan zijn verloren door de robotisering, met bepaalde casuïstiek of ‘big questions’ uitgedaagd om na te denken over de problemen waar de wereld in 2030 mee worstelt. De noordpool is geheel ijsvrij en biedt enorm veel kansen voor de agrarische sector en nieuwe vormen van duurzame energiewinning. Hier moet de wereldbevolking dankbaar gebruik van maken nu ook regio’s als Afrika explosief groeien in populatie en daarmee ook de globale behoefte aan voedsel en energie. De klimaatveranderingen en vergrijzing zorgen wereldwijd voor een enorme behoefte aan innovatieve en creatieve oplossingen in de globale ruimtelijke ordening. Scholen slaan de handen in één met bedrijven en (lokale) overheden om gezamenlijk aan deze behoefte tegemoet te komen. De geografische ligging van deze scholen, bedrijven en overheden spelen nauwelijks meer een rol. Communicatietechnologie herkent elke taal ter wereld en vertaalt deze met enkel een seconde vertraging. De nieuwe plannen worden aan belangrijke stakeholders gepresenteerd en aangescherpt. Scholen hebben in aanvulling van deze betekenisvolle sociale leersituaties de beschikking over moderne ‘prototyping technology’ zoals razendsnelle 3D-printers die zowel superplastics als metalen kunnen printen om prototypes te bouwen van robots die bijvoorbeeld het leven op de planeet Mars gemakkelijker kunnen maken voor de derde generatie astronauten die in 2031 met hun families naar de planeet vertrekken.

 

Gebruikte bronnen

De beschreven scenario’s zijn mede tot stand gekomen door vele films, video’s, interviews en documentaires over de toekomst (van het onderwijs). Aanvullend is er gebruik gemaakt van de volgende literatuur:

Bouwen, G. (2014). De nieuwe school in 2030: Hoe maken we leren en werken aantrekkelijk? Koning Boudewijn Stichting.

Gabrieli, C., Ansel, D., & Krachman, S. B. (2015). Ready To Be Counted: The Research Case for Education Policy Action on Non-Cognitive Skills. Transforming Education: Boston.

Hattie, J. (2012). Visible learning for teachers. Maximizing impact on learning. New York: Routledge.

OECD. (2013). Trends Shaping Education 2013, (Vol. OECD Publishing). Paris: OECD Publishing.

Platform Onderwijs 2032. (2016). Ons onderwijs2032. Eindadvies. Opgehaald op 8 februari 2016 via:

http://onsonderwijs2032.nl/wp-content/uploads/2016/01/Ons-Onderwijs2032-Eindadvies-januari-2016.pdf

Ouden, den, E., Valkenburg, R en Brok, den, P., (2014) Leren in Eindhoven 2030. Visie en roadmap voor de toekomst van educatie. Lighthouse at TU/e; Eindhoven.

Quieng, M.C., Lim, P.P., Lucas, M.R.D. (2015). 21st Century-based soft skills: Spotlight on non-cognitive skills in a cognitive-laden dentistry program. European Journal of Contemporay Education, 11, 72-81.

Raessens, B. (2015). Toekomstonderzoek: basis voor actie / Boudewijn Raessens. Den Haag: Boom Lemma uitgevers.

Westera, W. (2012). The Digital Turn: How the Internet Transforms Our Existence. AuthorHouse.

Westera, W. (2015). Reframing the role of educational media technologies. AuthorHouse.

2 thoughts on “Het onderwijs in 2030

  1. Hoi Erik, als gamemaster geef ik feedback vooral in relatie tot de criteria voor de quest.
    Je beschrijft vier mogelijke scenario’s, wat verschillend in de kwaliteit van de uitwerking. Hoewel je ‘iets hebt’ met non-cognitive skills mis ik een beetje de uitwerking van hoe je deze vaardigheden mbv technologie (alleen technologie nodig?) leert.
    De verwachte ontwikkelingen worden beschreven (op basis van welke onderbouwing??), op een uitdagende manier maar met meer onderbouwing zou de geloofwaardigheid kunnen toenemen.
    Medische innovatie geeft prikkelend nieuw detail (verrassend element, beangstigende gedachte!). De uitwerking van de ontwikkeling voor onderwijs blijft bv in scenario 1 een beetje hangen op het niveau ‘makkelijk informatie vergaren’. Diepgaand leren en kennisconstructie zijn geen issue meer in 2030 of zorgt het pilletje daar voor??
    De scenario’s passen bij de kwadranten, maar zouden nog extremer kunnen worden uitgewerkt m.n. voor de drijvende kracht individueel-collectief. In quest 4 zou je vanuit verdere doordenking van consequenties van een scenario aan kunnen vullen (bv opvang kinderen als er geen schoolgebouw meer is). Je zou in de verbeelding bv een specifiek perspectief kunnen kiezen van waaruit je de consequenties doordenkt (bv vanuit perspectief ontwikkelaar van omgevingen (docent?) of opdrachtgever onderwijs (de staat??).
    Maatschappelijke opdracht wordt aangeraakt, meestal in de eerste zin van het scenario. Dat roept vragen op hoever die opdracht dan reikt.
    De techniek van backcasting vind ik nog niet zo zichtbaar. Je zou mn het fantasie-element vanuit een gepersonaliseerde insteek nog creatiever kunnen uitwerken zodat je als lezer echt meegenomen wordt in het proces van nu naar 2030.
    De scenario’s zijn aannemelijk, onderbouwing met meer feiten zou dit nog iets kunnen versterken.
    De scenario’s reflecteren globaal een visie op onderwijs, waarin technologische en maatschappelijke ontwikkelingen vertaald zijn naar onderwijs. Uitwerking non-cognitief zou nog iets concreter kunnen (wat leer je dan precies en hoe, bv als je de non-cognitive zo extreem gaat onderscheiden van de cognitive…problemen leren oplossen zonder de aard van een probleem te begrijpen???)
    Vernieuwend/verrassend: absoluut, zoals de holodecks (lijkt me een aanwinst voor het onderwijs), scenario’s met een wauw-factor. Ben benieuwd naar jullie verbeelding, daar heb ik hoge verwachtingen van.
    Groetjes, Henderijn

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>